Homeopathie

Om een ziekte te bestrijden zijn er twee mogelijkheden:

  1. Door tegenovergestelde middelen in te zetten. Vooral de reguliere geneeskunde werkt vanuit deze positie.
  2. Of door gelijke middelen in uiterste verdunde vorm te gebruiken. Homeopathie werkt voornamelijk vanuit deze positie.

De grondlegger van de Homeopathie was Dr. Samuel Hathnemann. Hij was afgestudeerd als arts en na een aantal jaren in praktijkvoering besloot hij te gaan reizen. Hij verdiende geld met zijn geneeskundige kennis, het vertalen van boeken en schrijven van artikelen.

Homeopathie heeft twee grondbeginselen:

  • Het gelijksoortigheidprincipe ofwel 'De silimiawet' dat zegt dat de stof die symptomen van een ziekte op een gezond persoon of dier opwekt, gebruikt kan worden om iemand te behandelen die een ziekte heeft met dezelfde symptomen.
  • Het geneesmiddel dat het meest lijkt op het totaalbeeld van iemands symptomen wordt simillimum genoemd. Het potentiëren van een medicijn houdt in dat de geneeskracht of potentie van een medicijn neemt toe als men bij de volgende verdunning stevig schudt ondanks het feit dat de originele stof verder wordt verdund.

Tijdens een homeopathische behandeling heeft een dier verschillende uitvalshoeken om te kunnen genezen volgens 'de wet van Hering' door middel van:

  • Het dier geneest van boven naar beneden (bij stand op de achterpoten.)
  • Het dier geneest van binnen uit naar buiten.
  • Het dier geneest vanuit grote naar kleine organen.
  • Of het dier geneest juist van de laatste naar de eerste symptomen.

Een homeopaat kijkt tijdens de behandeling naar het totaal symptoombeeld van de ziekte en de persoonlijkheid van het dier. Dus een consult bevat niet alleen de feitelijke symptomen van het ziektebeeld maar ook het karakter van het dier, zijn temperatuur, zijn persoonlijke aanleg voor bepaalde ziektes, maar bekijkt ook de gemoedstoestand van het dier die een ziekte symptoom ondergaat.